Column van Mattie
Franciscus 800 jaar levend
Het viel juist in het weekend: 3 en 4 oktober, de sterfdag van Franciscus op 3 oktober en zijn feestdag 4 oktober, Werelddierendag. Er is veel belangstelling voor Franciscus. Hij spreek mensen aan. Hij is dus niet de eerste de beste. Uit alles blijkt dat Franciscus steeds weer van ‘gedaante’ kan veranderen. Misschien is hij meer de spiegel van een bepaalde tijd dan een duidelijk te omschrijven iemand. Maar het is wel een verhaal over een rijkeluiskind tot Heilige. Het was ook een dromer, ridder wilde hij worden en op kruistocht gaan. Hij was ook een zoeker. Hij wordt geconfronteerd met de uitdaging om de kerk die vervallen was te herstellen. Als zoon van rijkelui wordt hij een heraut van de armoede. Hij ontmoet een melaatse, die hij omhelst en kust, hij gaat langs bij de sultan, door wie hij met geschenken wordt overladen. Hij wordt ook getekend als een wonderdoener die kon praten met vogels en dieren. Franciscus is misschien toch vooral de voorvechter van de vrede. “Heb je vijand lief en keer hem als hij je links slaat ook je rechter wang toe. Alles is hem er aan gelegen om de spiraal van geweld die gepaard gaat met het toe-eigenen van geld, macht en rijkdom te doorbreken met een radicale keuze voor armoede. Franciscus is zo bijzonder dat hij na 800 jaar nog steeds springlevend blijkt. Maar waar zit dat nu in? Op wat voor geestesgesteldheid komt het aan? Ik werd getroffen door een verhaal in de bijlage van De Volkskrant over een fotograaf die iets deed wat eigenlijk niet kon, namelijk graffiti in een heel vroeg stadium vereeuwigen. Hij was een oudere ‘witte’ man, toen 30 jaar en 2x zo oud als veel van de jongeren die graffiti maakten. Hij ging naar de Bronx in New York, toen een gevaarlijke en verwaarloosde wijk van New York. Daar kreeg hij het vertrouwen van die jongeren: Hoe? Juist door het niet te proberen. Hij zocht ze ook niet op. Hij was er gewoon. Het duurde twee jaar. Eerst dachten ze dat hij van de politie was. Maar na 2 jaar kwam opeens toen hij bezig was ,het gesprek op gang. Een jongen keek in zijn boek. Hij merkte dat hij niets van hem wilde en zei: “Die is van mij, en die is van mijn broer en die van een vriend.” Hij nam hem mee naar het clubhuis en zo ontstond een band: Franciscus: broeders moeten de wereld in gaan door zich ondergeschikt te maken aan de anderen en pas als het gevraagd wordt, mogen ze praten over hun geloof. Dus ‘gewoon’ beginnen met present te zijn en de ander de ander laten zijn. Een optie om te proberen?
Pastor Mattie Jeukens ofm